ECLI:NL:RBROT:2017:910
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- M.G.L. de Vette
- W.P.M. Jurgens
- W.J. Roos-van Toor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak woningoverval
In deze zaak heeft de verzoeker, vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de rechtbank Rotterdam. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid naar aanleiding van de afwijzing van een verzoek tot aanhouding van de strafzaak, waarin de verzoeker wordt verdacht van een gewelddadige woningoverval.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het proces-verbaal en de schriftelijke reacties van de rechters. De verzoeker stelde dat de beslissing om de zaak niet aan te houden onbegrijpelijk was en duidde op desinteresse van de rechters in de verklaring van een medeverdachte, wat volgens hem wijst op vooringenomenheid.
De rechters hebben gemotiveerd dat het verzoek tot aanhouding niet werd ingewilligd omwille van het belang van een doelmatige en voortvarende procesvoering. Tevens is de verzoeker ter zitting de mogelijkheid geboden om de medeverdachte als getuige te horen. De wrakingskamer concludeerde dat geen sprake was van een zodanig onbegrijpelijke beslissing dat dit wijst op vooringenomenheid of schending van rechterlijke onpartijdigheid.
Het wrakingsverzoek is daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing is uitgesproken door de voorzitter en twee rechters tijdens een openbare terechtzitting op 2 februari 2017.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.