ECLI:NL:RBROT:2017:8898
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming sollicitatieplicht en informatieverplichting
Bij vonnis van 9 juli 2015 werd de schuldsaneringsregeling toegepast op schuldenares. De bewindvoerder verzocht tussentijdse beëindiging vanwege niet-nakoming van de sollicitatieplicht en informatieverplichting, ondanks een hersteltermijn van drie maanden.
Tijdens de zitting van 23 juni 2017 en daarna bleek dat schuldenares onvoldoende solliciteerde, met slechts enkele sollicitatiebewijzen over de maanden juni tot en met augustus 2017. Ook was er sprake van een nieuwe schuld waarvan onduidelijk was of deze was voldaan of een betalingsregeling was getroffen. De beschermingsbewindvoerder had onvoldoende onderzoek gedaan naar de gevolgen van het wisselend inkomen voor toeslagen.
De rechtbank oordeelde dat schuldenares toerekenbaar tekort was geschoten in haar verplichtingen en dat zij niet voldoende had aangetoond dat de tekortkomingen haar niet te verwijten waren. Gezien de ernst van de tekortkomingen en de waarschuwingen besloot de rechtbank de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c en d van de Faillissementswet.
De rechtbank stelde tevens het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal € 2.695,58 en constateerde dat er geen baten beschikbaar zijn voor vorderingen. De uitspraak werd op 15 september 2017 in het openbaar gewezen door rechter W.J. Geurts-de Veld.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van de sollicitatie- en informatieverplichtingen.