Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde met uitzondering van het onder 1 ten laste gelegde zwaar lichamelijk letsel;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 11 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar.
4.Waardering van het bewijs
zou wordennaar het politiebureau, was de overbrenging als bedoeld in artikel 50 lid 2 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, nog niet aangevangen. Nu mevrouw [naam vriendin verdachte] nog altijd de staande gehouden persoon was en de overbrenging nog niet was aangevangen, wordt het verweer verworpen.