ECLI:NL:RBROT:2017:7831
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot opheffing faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker diende een verzoek in tot opheffing van zijn op 15 september 2015 uitgesproken faillissement onder gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De curator adviseerde negatief en stelde dat verzoeker niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat hij niet aanwezig was bij de faillissementsbehandeling en niet tijdig een verzoek tot schuldsanering had ingediend.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker de aangetekende oproepbrief tijdig had ontvangen maar deze niet had gelezen. De rechtbank oordeelde dat dit aan verzoeker te wijten was en dat hij geen verschoonbare reden had voor het niet tijdig indienen van het verzoek. Daarnaast bleek verzoeker geen volledige administratie te hebben gevoerd, waardoor niet aannemelijk was dat hij te goeder trouw was ten aanzien van zijn schulden.
Ook had verzoeker zijn verplichtingen tijdens het faillissement niet goed nagekomen, wat de kans vergrootte dat hij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zou nakomen. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en zou het verzoek bij ontvankelijkheid alsnog zijn afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot opheffing van het faillissement met toepassing van de schuldsaneringsregeling.