Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift, met producties;
- de productie van [verweerder] ;
- de mondelinge behandeling;
- de brief van mr. Stapel van 28 augustus 2017;
- de brief van [verweerder] van 4 september 2017.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van verzoeker om een voorlopig getuigenverhoor te houden tegen verweerder. Verzoeker wilde nader bewijs vergaren voor een aanhangige strafzaak en civiele procedures. Verweerder weigerde vrijwillig een verklaring af te leggen en stelde alleen onder ede bij de rechtbank te willen getuigen.
De rechtbank oordeelde dat een voorlopig getuigenverhoor niet kan worden ingezet voor strafzaken en dat het verzoek feitelijk gericht was tegen andere partijen dan verweerder, wat misbruik van procesrecht oplevert. Tevens werd het standpunt van verweerder om alleen tegenover een bevoegde autoriteit te verklaren als rechtens te respecteren geacht.
Daarom werd het verzoek afgewezen en werd verzoeker veroordeeld in de proceskosten. De kosten van verweerder werden op nihil gesteld omdat geen verweerschrift was ingediend.
Uitkomst: Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens misbruik van procesrecht en ontbreken van belang.