Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar, met aftrek van voorarrest;
- herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, in de zaak met VI-nummer 99/000248-38 voor de volledige termijn, zijnde 1217 dagen.
4.Standpunt van de verdediging
5.Waardering van het bewijs
dienacht zou gebeuren.
voordatde verdachte heeft geschoten heeft afgespeeld. De rechtbank gaat om die reden voorbij aan de verklaring van [naam zus verdachte] , nu de rechtbank van oordeel is dat [naam zus verdachte] de situatie vóór het schieten door de verdachte niet kan hebben gezien. Uit haar verklaring volgt immers dat zij naar de verdachte toe rende toen deze al had geschoten. Dat is ook te zien op de camerabeelden.
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vorderingen benadeelde partijen
[naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2]ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit.
[naam benadeelde 3]ter zake van het onder 5 ten laste gelegde feit.
[naam benadeelde 4]van het onder 7 ten laste gelegde feit.
- de vorderingen van de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] geheel dienen te worden toegewezen, gelet op de onderbouwingen daarvan;
- de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] gedeeltelijk dient te worden toegewezen, namelijk tot € 300,-, en voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard;
- de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 4] gedeeltelijk dient te worden toegewezen, namelijk tot € 300,-, en voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De verdachte is hiervoor samen met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk, zodat wordt verzocht de vordering hoofdelijk toe te wijzen;
10.Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling
1217 dagen.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Bijlagen
13.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;
[naam benadeelde 1],
[naam benadeelde 2]en
[naam benadeelde 4]niet-ontvankelijk in de vorderingen;
[naam benadeelde 1],
[naam benadeelde 2]en
[naam benadeelde 4], ieder voor zich, in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
[naam benadeelde 3], te betalen een bedrag van
€ 300,- (zegge: driehonderd euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;
[naam benadeelde 3]niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
[naam benadeelde 3]gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[naam benadeelde 3]te betalen
€ 300,-(hoofdsom,
zegge: driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 februari 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 300,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
6 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
[naam benadeelde 3], tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;