Op 25 januari 2016 vond te Vlaardingen een geweldsincident plaats waarbij het slachtoffer ernstig letsel opliep. Een groep jongens had vooraf via een WhatsApp-groep afgesproken het slachtoffer te confronteren en aan te vallen. Verdachte was niet betrokken bij deze planning en was niet lid van de WhatsApp-groep.
Op de dag van het incident zag verdachte dat het slachtoffer werd uitgedaagd en aangevallen door een groep jongens. Verdachte sloot zich daarop boos bij de vechtpartij aan en trapte het slachtoffer twee keer, terwijl het slachtoffer al op de grond lag. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet met voorbedachte rade handelde en niet deelnam aan het plan om zwaar letsel toe te brengen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit van opzettelijk zwaar lichamelijk letsel met voorbedachte rade, maar verklaarde het subsidiaire feit van openlijk in vereniging plegen van geweld bewezen. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en persoonlijke situatie van verdachte, legde de rechtbank een werkstraf van 60 uur op, te vervangen door 30 dagen jeugddetentie indien niet uitgevoerd.
De Raad voor de Kinderbescherming had een laag recidiverisico vastgesteld en positief geadviseerd over de pedagogische aanpak. Verdachte bood zijn excuses aan, heeft zijn gedrag verbeterd en zijn VMBO-diploma behaald. De rechtbank achtte een taakstraf passend en geboden, gezien de ernst en maatschappelijke impact van het geweld op een openbare plek nabij een school.