Uitspraak
[naam veroordeelde] ,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie,
Rechtbank Rotterdam
De veroordeelde was bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en op 24 juni 2015 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder bijzondere voorwaarden, waaronder een locatieverbod en meldplicht. De proeftijd liep tot 21 mei 2017.
Het openbaar ministerie vorderde op 7 april 2017 de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens verwijtbare niet-naleving van de voorwaarden, onderbouwd met een rapport van de reclassering. De veroordeelde had meerdere keren het locatiegebod overtreden, was niet thuis tijdens nachtelijke uren, en had de enkelband niet opgeladen waardoor toezicht niet mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde onvoldoende meewerkte en het betoog dat de termijn van de voorwaardelijke invrijheidstelling was verstreken, verwierp zij omdat dit niet door de wet wordt ondersteund. De rechtbank wees het verzoek tot matiging af en gelast dat 120 dagen van de niet-uitgevoerde straf alsnog moet worden ondergaan.
Uitkomst: De rechtbank herroept de voorwaardelijke invrijheidstelling en gelast dat 120 dagen gevangenisstraf alsnog moet worden ondergaan.