ECLI:NL:RBROT:2017:5200
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Rotterdam behandelde op 5 juli 2017 de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen een veroordeelde die was veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet.
De officier van justitie vorderde ontneming van een bedrag tot maximaal €12.183,48, gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, omdat de veroordeelde voordeel zou hebben behaald uit de drugshandel met cocaïne en heroïne.
De verdediging betwistte de vordering en pleitte vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende feiten en omstandigheden bevatte om vast te stellen dat de veroordeelde daadwerkelijk financieel voordeel had behaald uit het bewezenverklaarde feit.
Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af en legde geen ontnemingsmaatregel op.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.