ECLI:NL:RBROT:2017:5120
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet tijdig indienen gronden tegen boetebesluit Tabakswet
Eiser kreeg een boete van €4.500 wegens herhaalde overtreding van artikel 10 van Pro de Tabakswet. Hij diende een pro forma bezwaarschrift in, maar stuurde de gronden van bezwaar niet binnen de gestelde termijn. Na meerdere aanmaningen stuurde eiser de gronden op 23 maart 2016 per e-mail met een brief van 14 maart 2016 als bijlage, die hij stelde tijdig te hebben verzonden.
Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de gronden niet tijdig waren ingediend. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de brief van 14 maart tijdig per post was bezorgd, mede omdat hij geen bewijs van verzending had geleverd. De rechtbank paste artikel 6:9 Awb Pro analoog toe op artikel 6:6 Awb Pro en volgde vaste jurisprudentie dat het ontbreken van bewijs van verzending voor risico van de verzender komt.
Eisers beroep op een verlenging van de beslistermijn en het gelijkheidsbeginsel werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van de gronden, waardoor het beroep ongegrond is verklaard.