Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en voortduring van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
4.Waardering van het bewijs
- cocaïne inkocht en vervolgens op twee verschillende manieren versneed en zo twee ‘soorten’ cocaïne te koop kon aanbieden (‘20’ en ‘30’);
- afspraken met zijn rijders had over de betaling (bij de verkoop van een ‘30’ kreeg de rijder € 10, bij de verkoop van een ‘20’ was dat € 7);
- afspraken had gemaakt met zijn rijders over de werkwijze met de (doorgeschakelde) telefoons;
- zijn rijders kon controleren via inkomende sms-en, aangezien die niet doorgeschakeld konden worden;
- verschillende rijders heeft, te weten medeverdachte [naam medeverdachte 2] en verdachte [naam verdachte] en eerder ook medeverdachte [naam medeverdachte 3] ;
- met zijn rijders van tevoren afspraken maakte wie wanneer zou rijden.
‘24/7 op de weg’is.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
4 (vier) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van
de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op
2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2: