Uitspraak
VONNIS (ontneming) (mk)
[naam veroordeelde] ,
€ 5.511,17 (zegge: vijfduizend vijfhonderdelf euro en zeventien eurocent).
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 23 mei 2017 uitspraak gedaan in een zaak waarin de veroordeelde was veroordeeld voor medeplegen van handel in cocaïne, bezit van cocaïne en deelname aan een criminele organisatie. Op basis van deze veroordeling vorderde de officier van justitie ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde door de gepleegde strafbare feiten wederrechtelijk voordeel had verkregen, dat werd geschat op €5.511,17. Deze berekening was gebaseerd op 601 transacties toegerekend aan de veroordeelde, met een gemiddelde winst van €10 per transactie, verminderd met brandstofkosten van €0,83 per transactie.
De verdediging voerde aan dat het bedrag lager moest worden vastgesteld, maar de rechtbank verwierp deze verweren wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde en legde de verplichting op tot betaling van het volledige bedrag aan de Staat.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en volgt de richtlijnen uit het arrest van de Hoge Raad van 26 maart 2013. De rechtbank volgde de concrete berekening uit het proces-verbaal en nam geen nadere uitwerking van bewijsmiddelen op.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €5.511,17 aan de Staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel.