Op 18 augustus 2015 mishandelde verdachte een minderjarige door tegen diens hoofd te slaan, waardoor het slachtoffer ten val kwam. Verdachte bekende het feit tijdens de terechtzitting van 22 mei 2017. De rechtbank heeft het feit wettig en overtuigend bewezen verklaard.
Deskundigen stelden vast dat verdachte ten tijde van het strafbare feit leed aan schizofrenie paranoïde type met een floride psychotisch toestandsbeeld, waardoor hij volledig ontoerekeningsvatbaar was. De rechtbank volgde deze deskundigen en ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging. Verdachte was na het incident opgenomen en onder behandeling met een voorwaardelijke machtiging.
Hoewel verdachte niet strafbaar werd verklaard en geen straf of maatregel werd opgelegd, oordeelde de rechtbank dat een schadevergoedingsmaatregel mogelijk is. De verdachte werd verplicht tot betaling van € 818,10 plus wettelijke rente aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
De rechtbank bepaalde tevens dat bij niet-betaling vervangende hechtenis kan worden toegepast. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam op 2 juni 2017.