Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer:ROT 16/5863
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
[derde belanghebbende]., vergunninghoudster,
Rechtbank Rotterdam
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van verweerder om een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een reclamemast met LED-schermen aan een adres binnen het bestemmingsplan “Amstelwijck-2010”. Verweerder had het primaire besluit, waarin de vergunning werd geweigerd, herroepen en de vergunning alsnog verleend na advies van de bezwaarschriftencommissie.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat zij geen objectief bepaalbaar, persoonlijk en actueel belang heeft dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Hoewel eiseres een concurrentiebelang aanvoerde vanwege haar eigen reclamemasten in de nabijheid, opereert zij in een ander marktsegment dan vergunninghoudster, waardoor geen rechtstreeks concurrentiebelang bestaat.
Ook het aangevoerde verkeersveiligheidsbelang werd als een algemeen belang beoordeeld en niet als een persoonlijk belang van eiseres. De rechtbank concludeerde daarom dat eiseres niet individueel en rechtstreeks in haar belangen wordt geraakt door het bestreden besluit.
Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de inhoudelijke aspecten van het bouwplan werden niet behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een persoonlijk belang.