ECLI:NL:RBROT:2017:3338
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek minderjarige tot wijziging hoofdverblijfplaats naar vader
De minderjarige heeft via een brief en een mondeling gesprek bij de rechtbank te kennen gegeven bij zijn vader te willen wonen, met een omgekeerde omgangsregeling. De rechtbank constateert dat de minderjarige momenteel zijn hoofdverblijf bij zijn moeder heeft en ieder weekend bij zijn vader verblijft. De moeder erkent de wens van de minderjarige, maar uit praktische bedenkingen over de werktijden van de vader en de zorgsituatie bij haar.
De vader was, ondanks oproep, niet aanwezig bij de zitting. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukte het belang van een gesprek tussen ouders. De rechtbank oordeelt dat ouders tot nu toe in staat zijn geweest afspraken te maken en dat het aan hen is om de wens van het kind serieus te nemen en hierover in overleg te treden, eventueel met hulpverlening.
De rechtbank wijst het verzoek af om ambtshalve de hoofdverblijfplaats te wijzigen, mede omdat er nog geen constructief overleg tussen ouders heeft plaatsgevonden en de vader zijn procesverantwoordelijkheid moet nemen indien nodig. Het vonnis is uitgesproken door rechter B. Oonincx op 1 mei 2017.
Uitkomst: Het verzoek van de minderjarige tot ambtshalve wijziging van zijn hoofdverblijfplaats naar zijn vader wordt afgewezen.