Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
e-mailbericht van verzoekster met daarin opgenomen de wrakingsgronden.
2.Het verzoek en de reactie daarop
Ter zitting is bepleit dat genoemde vordering niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de stukken zodanig laat zijn verstrekt dat een deugdelijke voorbereiding niet mogelijk was. De rechter heeft vervolgens besloten de zaak aan te houden zodat verzoekster verweer zou kunnen voeren tegen deze vordering. Zij deelde daarbij mede de zaak aan zich zelf te houden en aan te houden tot een nader te bepalen zitting. Voorts stelde zij voor dat partijen in de tussenliggende tijd wellicht om de tafel zouden kunnen gaan om te bezien of overeenstemming kon worden bereikt over de hoogte van de schade. Hierdoor stelt de rechter kennelijk vast dat er sprake is van schade bij de benadeelde partij, terwijl zij zich daar pas bij eindvonnis over uit dient te laten. Daarbij gaf de rechter mee dat zij niet dacht aan een bedrag rond de € 7.500,-, zoals door de verdediging bepleit, maar van mening was dat het bedrag ergens tussen de € 18.000,- en de € 20.000,- zou moeten liggen.
- de rechter wenst dat de vordering van de benadeelde partij binnen het strafproces wordt behandeld en heeft hierbij, in strijd met geldende jurisprudentie, besloten de zaak aan te houden;
- de rechter wenst de zaak persoonlijk af te doen en heeft om die reden aangegeven de zaak aan zichzelf te houden;
- de rechter is van mening dat er schade is ontstaan waarvoor verdachte aansprakelijk is en dat die schade tussen de € 18.000,- en € 20.000,- bedraagt.