Uitspraak
[naam veroordeelde] ,
raadsman mr. R. Tetteroo, advocaat te Schiedam.
Rechtbank Rotterdam
Op 15 maart 2016 werd aan de veroordeelde een gevangenisstraf van 10 maanden opgelegd, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden zoals medewerking aan reclassering en ambulante forensische zorg.
De officier van justitie diende op 2 maart 2017 een vordering in tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf wegens vermeende niet-naleving van deze voorwaarden. Het reclasseringsrapport gaf aan dat de veroordeelde zich had verzet tegen toezicht en medewerking, met name inzake toestemming voor informatie-uitwisseling met behandelaars.
Tijdens de terechtzitting op 29 maart 2017 verklaarde de veroordeelde dat hij onterecht aannam dat hij verslaafd was en klinische opname moest ondergaan, en dat hij nu bereid is volledig mee te werken en de benodigde toestemmingsverklaring te ondertekenen.
De officier van justitie en de rechtbank oordeelden dat de vordering tot tenuitvoerlegging daarom niet gegrond is en wezen deze af. De veroordeelde kan het reclasseringstoezicht voortzetten onder de gestelde voorwaarden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf af omdat de veroordeelde alsnog bereid is de voorwaarden na te leven.