Uitspraak
Rechtbank ROTTERDAM
1.De beschuldigingen
2.Het onderzoek ter terechtzitting
3.Start van het onderzoek en wijze van behandelen
- een vuurwapen met munitie;
- een geldbedrag van € 883.000,-;
- 8 mobiele telefoons.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van witwassen van geldbedragen en andere voorwerpen in de periode 2011-2014. De officier van justitie stelde dat verdachte onvoldoende legale middelen had om haar uitgaven te verklaren en dat vermoedens bestonden dat haar vader betrokken was bij criminele geldstromen. Verdachte gaf aan dat de contante stortingen afkomstig waren uit haar onderneming en een lening, en ontkende betrokkenheid bij betalingen voor huur en verbouwingen.
Tijdens het onderzoek bleek dat verdachte een eenmanszaak exploiteerde en dat er contante stortingen waren gedaan die niet volledig verklaard konden worden door haar reguliere inkomsten. Echter, verdachte gaf een concrete en verifieerbare verklaring voor de herkomst van het geld, ondersteund door een geldleningsovereenkomst en administratie. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze alternatieve herkomst.
Verder was er onvoldoende bewijs dat verdachte betrokken was bij betalingen voor de overname en verbouwing van het bedrijfspand, en ook niet bij huurbetalingen van een ander pand. Verdachte werd vrijgesproken omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de geldbedragen uit criminele activiteiten afkomstig waren. De rechtbank concludeerde dat het vermoeden van witwassen niet wettig en overtuigend bewezen kon worden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.