ECLI:NL:RBROT:2017:1374
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor detailhandel in strijd met bestemmingsplan
Eiseres betwistte de verleende omgevingsvergunning voor het bouwen en het planologisch strijdig gebruik van een perceel, waarbij detailhandel zonder beperkingen werd toegestaan op grond van een afwijking van het bestemmingsplan. Zij stelde dat de vergunning feitelijk neerkomt op een herziening van het bestemmingsplan waarvoor een uitgebreidere procedure vereist is.
De rechtbank constateerde dat het perceel de bestemming 'Bedrijf-Gemengd gebied' heeft, maar dat de vergunninghouder op grond van de Wabo en het Besluit omgevingsrecht bevoegd is een afwijking te verlenen mits dit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank oordeelde dat de afwijking beperkt is en aansluit bij de bestemmingen van aangrenzende percelen, waardoor geen strijd met een goede ruimtelijke ordening bestaat.
Verder oordeelde de rechtbank dat concurrentieverhoudingen bij de belangenafweging in beginsel niet relevant zijn, tenzij er sprake is van duurzame ontwrichting, wat niet is gesteld. Ook het bezwaar over parkeerdruk en het ondernemersklimaat werd verworpen. Het aan de vergunning verbonden voorschrift ter goedkeuring van het inrichtingsgebruik van detailhandel biedt voldoende rechtsbescherming.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.