Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde (tot een bedrag van € 3.543.331,-);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
14 november 2011 tezamen en in vereniging met een ander of anderen (opzettelijk) geldbedragen tot een totaal van ongeveer € 7.281.863,- althans € 3.543.331,- heeft witgewassen, en daarvan een gewoonte heeft gemaakt. Subsidiair wordt de verdachte het medeplegen van schuldwitwassen van voormelde geldbedragen verweten.
De rechtbank houdt de verdachte wel verantwoordelijk voor (medeplegen van) het opzettelijk witwassen van een bedrag van € 181.090,-. Dit is het totaalbedrag dat op voornoemde dagen in de periode van 1 maart tot en met 7 september 2011 van de bankrekening van [derde bedrijf 2] is gepind. Er bevindt zich geen bewijs in het dossier dat de verdachte ook van bankrekeningen van één van de andere derde bedrijven heeft gepind.
De rechtbank komt aan de overige onderdelen van de tenlastelegging niet meer toe.
een of meerderetijdstip
(pen
) gelegenin
of omstreeksde periode van 1
maart 2011januari 2010tot en met
7 september14 november2011
(telkens
)te Dordrecht
en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, (telkens)tezamen en in vereniging met
(een
)ander
(en),althans alleen,
(telkens) van een of meervoorwerp
(en
), te weten
een of meer (gira(a)l(e) en/ofcontant
(e
))geldbedrag
(en
)tot een totaal van
€ 181.090,-,
ongeveer Euro 7.381.863,-, althans Euro 3.543.331,-, althans (telkens) een of meer geldbedrag(en), de werkelijke aard en/of herkomst heeft verborgen en/of verhuld, en/althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had(den), en/of (telkens) die/dat voorwerpen heeft verworven en/ofvoorhanden heeft gehad en
/of heeft overgedragen en/ofheeft omgezet, terwijl hij, verdachte, en
/ofzijn mededader
(s) (telkens
)wist
(en
)dat bovenomschreven
voorwerp(en)/geldbedrag
(en
) (telkens
)geheel of gedeeltelijk
- onmiddellijk of middellijk - afkomstig
was/waren uit enig
(e)misdrijf
/misdrijven, hebbende hij, verdachte, en
/ofzijn mededader
(s)van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
De rechtbank is in deze – en dus een andere – zaak evenmin gebonden aan die toezegging. Bovendien doet een dergelijke opvatting naar het oordeel van de rechtbank, ondanks de forse overschrijding van de redelijke termijn, geen recht aan de ernst van het feit en het bereiken van de eerder genoemde strafdoelen.
22 september 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Dit weegt in strafverhogende zin mee.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;