ECLI:NL:RBROT:2017:10929

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juli 2017
Publicatiedatum
5 november 2018
Zaaknummer
C/10/520384 / JE RK 17-379 (d.d. uitspraak 17-07-2017)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot gezagsbeëindiging moeder en voortzetting ondertoezichtstelling minderjarige

De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 juli 2017 een zaak waarin de Raad voor de Kinderbescherming verzocht het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind te beëindigen en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd te benoemen. Het kind verblijft sinds 2013 onder een machtiging van de kinderrechter uit huis geplaatst bij het MKT Oostvoorne, met een lopende ondertoezichtstelling.

De Raad trok tijdens de zitting het verzoek tot gezagsbeëindiging in, mede op basis van het rapport van de bijzondere curatoren die stelden dat beëindiging van het gezag nadelige gevolgen zou hebben voor de moeder-kindrelatie en de ontwikkeling van het kind. De bijzondere curatoren adviseerden een plaatsing in een geschikt pleeggezin met intensieve begeleiding en een regeling voor contact met de moeder.

De GI gaf aan te streven naar een pleeggezin voor de minderjarige, daar een langdurige plaatsing bij MKT Oostvoorne minder gewenst is. De moeder gaf aan het liefst te zien dat haar kind bij haar terugkeert en was positief over het rapport van de bijzondere curatoren.

De rechtbank oordeelde dat nu het verzoek was ingetrokken, de gronden niet verder onderzocht konden worden en wees het verzoek af. Tevens werden de bijzondere curatoren ontslagen uit hun benoeming met dank voor hun werkzaamheden. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.

Uitkomst: Verzoek tot beëindiging gezag moeder wordt afgewezen en bijzondere curatoren worden ontslagen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/520384 / JE RK 17-379
datum uitspraak: 17 juli 2017

beschikking

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2008 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te Rotterdam,

mr. M.P.G. Rietbergen,

hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam,

drs. C.M.A.A. NABER- VAN HALM,

hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam,

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 31 maart 2017 en de daarin genoemde stukken;
- de rapportage van de bijzondere curatoren van 7 juli 2017.
Op 17 juli 2017 heeft de rechtbank de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder;
- de bijzondere curatoren;
- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ;
- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] en mw. [naam vertegenwoordigster 3] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige] verblijft bij het MKT Oostvoorne.
Bij beschikking van de kinderrechter van 6 januari 2012 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] uitgesproken. Sinds februari 2013 is [voornaam minderjarige] met een machtiging van de kinderrechter uit huis geplaatst.
Deze maatregelen duren nog steeds voort.
De GI heeft zich bij brief van 2 augustus 2016 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.

Het verzoek

De Raad heeft verzocht het gezag van de moeder te beëindigen en de GI tot voogd over [voornaam minderjarige] te benoemen.
Ter zitting van 17 juli 2017 heeft de Raad het verzoek ingetrokken. De Raad sluit zich aan bij de conclusies en aanbevelingen die de bijzondere curatoren in hun rapport hebben gedaan.

Het standpunt van de GI

De GI geeft aan dat gekeken wordt of de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij het MKT Oostvoorne wellicht voor langere termijn kan gaan zijn. Het heeft echter de voorkeur om, zoals in het rapport van de bijzondere curatoren is geadviseerd, [voornaam minderjarige] in een pleeggezin te plaatsen. Tot op heden is er nog geen geschikt pleeggezin gevonden, de GI blijft hier mee bezig.

Het standpunt van de bijzondere curatoren

De bijzondere curatoren hebben in hun rapport aangegeven dat voorop dient te staan dat [voornaam minderjarige] de kans krijgt zich optimaal te ontwikkelen. Daarnaast dient belang gehecht te worden aan de behoefte van [voornaam minderjarige] en zijn moeder om samen te zijn. De bijzondere curatoren hebben vier opties benoemd betreffende mogelijk woonsituaties van [voornaam minderjarige] , waarbij de optie van een ervaren pleeggezin zonder kinderen of met oudere kinderen, passende therapie voor [voornaam minderjarige] , intensieve begeleiding van het pleeggezin, en een ieder-weekend-plus-vakantieregeling bij moeder, de voorkeur heeft. De bijzondere curatoren zijn uitdrukkelijk van mening dat gezagsbeëindiging van de moeder bijzonder nadelige gevolgen zal hebben, zowel voor de band tussen de moeder en [voornaam minderjarige] , als op de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] .

Het standpunt van de moeder

De moeder wil het liefst dat [voornaam minderjarige] bij haar wordt teruggeplaatst. Daarnaast geeft de moeder aan blij te zijn met het rapport van de bijzondere curatoren.

De beoordeling

Nu de Raad ter zitting van 17 juli 2017 het verzoek om het gezag van de moeder over [voornaam minderjarige] te beëindigen intrekt, kunnen de gronden daarvan niet meer worden onderzocht. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen.

De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek van de Raad af;
ontslaat de beide bijzondere curatoren, mr. M.P.G. Rietbergen en drs. C.M.A.A. Naber- van Halm, onder dankzegging voor de verrichte werkzaamheden, uit hun benoeming.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. van Damme als griffier en in het openbaar uitgesproken op
17 juli 2017.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.