ECLI:NL:RBROT:2017:10901

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 oktober 2017
Publicatiedatum
27 juni 2018
Zaaknummer
C/10/502502 / HA ZA 16-525
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C. Sikkel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWArt. 6:247 lid 2 BWArt. 6:248 lid 2 BWArtikel 2.11 Landelijk procesreglement civiel
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling onredelijk bezwarend vrijwaringsbeding in algemene voorwaarden tussen zakelijke partijen

In deze civiele procedure tussen Saipem Ltd. en STC Repairs B.V. staat de geldigheid van een vrijwaringsbeding in de algemene voorwaarden centraal. STC Repairs betoogt dat het beding onredelijk bezwarend is op grond van artikel 6:233 sub a BW Pro. De rechtbank overweegt echter dat deze bepaling niet van toepassing is, omdat het hier een overeenkomst betreft tussen partijen die beiden in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelen en niet beide in Nederland gevestigd zijn.

STC Repairs brengt vervolgens een beroep in op artikel 6:248 lid 2 BW Pro, dat de redelijkheid en billijkheid als maatstaf stelt voor de aanvaardbaarheid van het beding. STC Repairs heeft haar standpunten en onderbouwing daartoe in een akte toegelicht, waarop Saipem nog niet heeft gereageerd. De rechtbank besluit de zaak aan te houden en verwijst deze naar de rol voor een reactie van Saipem.

De procedure heeft meerdere zittingsdata gekend, waarbij partijen telkens gelegenheid kregen om hun standpunten schriftelijk toe te lichten. De rechtbank wijst het vonnis uit op 18 oktober 2017 en houdt verdere beslissingen aan totdat Saipem heeft gereageerd op de gestelde onaanvaardbaarheid van het beding.

Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor reactie van Saipem op de stelling dat het vrijwaringsbeding onaanvaardbaar is.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/502502 / HA ZA 16-525
Vonnis van 18 oktober 2017
in de zaak van
de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging
SAIPEM LTD.,
gevestigd te Kingston upon Thames, Engeland, Verenigd Koninkrijk.
eiseres,
advocaat mr. B. van Mieghem te Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STC REPAIRS B.V.,
gevestigd te Bergen op Zoom,
gedaagde,
advocaat mr. R. Sinke te Rotterdam.
Partijen zullen hierna Saipem en STC Repairs genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 7 juni 2017 alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
  • de akte uitlating vernietigbaarheid van algemene voorwaarden van Saipem;
  • de akte betreffende algemene voorwaarden van STC Repairs, met één productie.
1.2.
Na het hiervoor in 1.1 genoemde tussenvonnis van 7 juni 2017, waarin de zaak naar de rol van 5 juli 2017 is verwezen “voor uitlating bij akte door Saipem als vermeld in rov. 2.15”, heeft Saipem op de rol van 5 juli 2017 haar hiervoor in 1.1 genoemde akte genomen. Vervolgens is de zaak overeenkomstig artikel 2.11 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken (Landelijk procesreglement civiel) naar de rol van 19 juli 2017 verwezen. Op de rol van 19 juli 2017 is door Saipem vonnis gevraagd en is door STC Repairs verzocht een akte te mogen nemen. Dit verzoek van STC Repairs is door de rolrechter ingewilligd. Hierna is de zaak naar de rol verwezen van 2 augustus 2017 voor het nemen van een akte door STC Repairs, waarna STC Repairs op de rol van 2 augustus 2017 haar hiervoor in 1.1 genoemde akte heeft genomen. Vervolgens is de zaak naar de rol van 16 augustus 2017 verwezen overeenkomstig artikel 2.11 van het Landelijk procesreglement civiel. Op de rol van 16 augustus 2017 is door STC Repairs vonnis gevraagd en is door Saipem geen verzoek gedaan. Ten slotte is de zaak naar de rol verwezen voor het wijzen van vonnis.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 7 juni 2017 is de zaak naar de rol verwezen voor een reactie door Saipem op de stelling van STC Repairs dat het beding in artikel 23.1.1 juncto artikel 23.1.2 van de algemene voorwaarden van Saipem onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233 sub a BW Pro om de in rov. 2.15 van dit tussenvonnis opgesomde redenen die STC Repairs hiertoe heeft aangevoerd.
2.2.
Zoals Saipem terecht heeft aangevoerd, mist het bepaalde in artikel 6:233 sub a BW Pro in het onderhavige geval toepassing, omdat hier, zo is niet in geschil, sprake is van een overeenkomst tussen partijen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf en die niet beide in Nederland gevestigd zijn, ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst (art. 6:247 lid 2 BW Pro).
2.3.
In haar hiervoor in 1.1 genoemde akte neemt STC Repairs voor het eerst het standpunt in dat het naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 lid 2 BW Pro onaanvaardbaar is dat Saipem een beroep toekomt op het beding. Onder 3-13 van haar akte zet STC Repairs de feiten en omstandigheden uiteen waarom dit beding onaanvaardbaar zou zijn. Saipem heeft hierop nog niet gereageerd. Voor deze reactie zal de zaak naar de rol worden verwezen.
2.4.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
verwijst de zaak naar de rol van
15 november 2017voor uitlating bij akte door Saipem als vermeld in rov. 2.3;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2017.
901/1573