Uitspraak
[naam veroordeelde] ,
Opgelegde straf
Vordering
Onderzoek van de zaak
Beoordeling
vrijheidsstraf dat niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel, moet worden ondergaan.
Rechtbank Rotterdam
De veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van voorarrest, en kreeg voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) met bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder contact- en locatieverboden, meldplicht, en behandeling. De v.i. werd tweemaal uitgesteld vanwege gedragsproblemen.
Op 16 november 2017 diende het Openbaar Ministerie een vordering tot herroeping van de v.i. in, gebaseerd op een rapport van de reclassering waarin meerdere overtredingen werden vastgesteld, zoals te laat thuiskomen, niet meewerken aan een huisvestingstraject, overtreding van locatiegebod en agressief gedrag tegenover toezichthouders.
Tijdens de terechtzitting op 15 december 2017 werd de deskundige van de reclassering gehoord en de raadsman voerde verweer tegen de herroeping. De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde verwijtbaar de voorwaarden niet had nageleefd en dat hij niet begeleidbaar was. De vordering tot herroeping werd daarom toegewezen, waarbij werd bepaald dat het nog niet uitgevoerde deel van de gevangenisstraf alsnog geheel moet worden ondergaan. De rechtbank verwierp het standpunt dat de herroeping niet tot een latere vrijlatingsdatum mag leiden.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegewezen en het resterende deel van de gevangenisstraf moet alsnog geheel worden ondergaan.