Uitspraak
1.Het procesverloop en de processtukken
2.Het verzoek en de reactie daarop
3.De beoordeling
4.De beslissing
wijst afhet verzoek tot wraking van mr. W.A.F. Damen.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen rechter W.A.F. Damen van de rechtbank Rotterdam, stellende dat diens opmerkingen tijdens een zitting duidden op vooringenomenheid jegens haar en de betrokken heer. De rechter had opgemerkt dat het opmerkelijk was dat de heer zowel eigenaar was van een spermabank als een café en dat hij 'een vinger in de pap wilde houden'.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek en concludeerde dat deze opmerkingen feitelijke constateringen waren zonder negatieve intentie. De rechter had de zaak volgens eigen zeggen niet anders behandeld dan andere zaken en had geen vooringenomenheid getoond. Ook werd vastgesteld dat de aanvullende grond over het niet opnemen van een standpunt in het proces-verbaal niet gegrond was.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en dat het wrakingsverzoek daarom moest worden afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 14 december 2017.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Damen wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.