ECLI:NL:RBROT:2017:10330
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris in langdurig strafonderzoek
In een langdurig strafrechtelijk onderzoek sinds 2006, waarbij verzoeker wordt verdacht van moord, is een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die belast is met het toezicht op het opsporingsonderzoek. Verzoeker stelde dat de rechter-commissaris partijdig was door het voortijdig openbaar maken van een forensisch rapport dat belastend was voor hem, terwijl het onderzoek naar medeverdachten nog niet was afgerond en mogelijk ontlastende informatie niet was toegevoegd.
Daarnaast werd aangevoerd dat de verdediging buiten spel was gezet in latere fasen van het onderzoek, ondanks eerdere betrokkenheid bij de formulering van de onderzoeksopdracht aan de deskundige. De rechter-commissaris zou niet transparant hebben gehandeld en onvoldoende rekening hebben gehouden met de belangen van verzoeker.
De rechtbank overwoog dat de rechter-commissaris bevoegd is tot het nemen van procesbeslissingen zoals het openbaar maken van onderzoeksrapporten en dat het niet onbegrijpelijk was dat dit rapport reeds was vrijgegeven. De rechter-commissaris mocht ervan uitgaan dat de deskundige de opdracht correct had uitgevoerd en hoefde niet zelf te controleren of aan de opdracht was voldaan. Ook werd geoordeeld dat het wrakingsverzoek niet de juiste weg was om informatie over het onderzoek te verkrijgen.
De rechtbank concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter-commissaris. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.