Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden onder meer een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelverplichting bij De Waag en een locatieverbod (zonder elektronisch toezicht);
- dadelijke uitvoerbaarheid van voornoemde bijzondere voorwaarden;
- opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis.
4.Waardering van het bewijs
subsidiairten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
latenbetasten van en/of wrijven over zijn, verdachtes, penis door die
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Dadelijke uitvoerbaarheid en voorlopige hechtenis
ernstigrekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom kan en zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden - anders dan gevorderd - niet dadelijk uitvoerbaar verklaren.
9.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 947,19 aan materiële schade en een vergoeding van € 6.000,= aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
€ 6.947,19 (zegge: zesduizendnegenhonderdzevenenveertig euro en negentien cent), bestaande uit € 947,19 aan materiële schade en € 6.000,= aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij voornoemd te betalen
€ 6.947,19(hoofdsom,
zegge: zesduizendnegenhonderdzevenenveertig euro en negentien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juni 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;
69 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
,voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou