ECLI:NL:RBROT:2017:10268
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
De rechtbank Rotterdam heeft op 24 november 2017 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken tegen schuldenares. De rechter-commissaris had eerder een voordracht gedaan vanwege het niet nakomen van essentiële verplichtingen door schuldenares, waaronder het ontbreken van sollicitatiebewijzen en het laten ontstaan van een boedelachterstand.
Schuldenares was opgeroepen voor een zitting maar verscheen niet, en reageerde niet inhoudelijk op verzoeken om uitstel. De bewindvoerder stelde dat schuldenares onvoldoende had voldaan aan haar informatie-, sollicitatie- en afdrachtverplichtingen en adviseerde beëindiging van de regeling. Schuldenares gaf aan wel te solliciteren, maar op haar eigen wijze, en wilde de regeling beëindigen vanwege gezondheidsredenen.
De rechtbank oordeelde dat schuldenares toerekenbaar tekort was geschoten in haar verplichtingen en dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit niet aan haar te wijten was. De afspraken tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris waren niet nagekomen. De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast en constateerde dat er geen baten zijn om vorderingen te voldoen. De schuldsaneringsregeling wordt daarom beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c van de Faillissementswet.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door schuldenares.