ECLI:NL:RBROT:2016:9684
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag stopzetting studiefinanciering met terugwerkende kracht wegens meerinkomen
Eiser verzocht de studiefinanciering met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 stop te zetten vanwege meerinkomen. Verweerder wees dit verzoek af omdat over 2015 geen vordering wegens meerinkomen kon worden opgelegd op grond van artikel 3.17 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).
De rechtbank stelde vast dat eiser in 2015 een rentedragende lening ontving en dat deze lening niet meetelt voor het opleggen van een vordering wegens meerinkomen. Ook de discussie over het al dan niet beschikken over een studentenreisproduct in januari 2015 leidde niet tot een vordering. De wetsgeschiedenis en toelichting bij artikel 3.17 Wsf 2000 maken duidelijk dat alleen bij het ontstaan van een vordering wegens meerinkomen studiefinanciering met terugwerkende kracht kan worden stopgezet.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat een eerdere toekenning over 2014 geen recht gaf op dezelfde beslissing voor 2015. De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag in redelijkheid mocht afwijzen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot stopzetting van studiefinanciering met terugwerkende kracht wordt ongegrond verklaard.