Uitspraak
Rechtbank ROTTERDAM
1.De beschuldigingen
2.Het onderzoek ter terechtzitting
- 2 en 4 november 2016: behandeling van de ten laste gelegde feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte;
- 8 november 2016: het requisitoir van de officier van justitie;
- 10 november 2016: het pleidooi van de raadsman, repliek, dupliek en het laatste woord van de verdachte;
- 28 november 2016: sluiting van het onderzoek ter terechtzitting.
3.Start van het onderzoek en wijze van behandelen
- een vuurwapen van het merk Glock met munitie;
- een geldbedrag van € 883.000,-;
- 8 mobiele telefoons.
4.Verweren van de verdediging
5.Beoordeling van de beschuldigingen
zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere persoon.Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon, om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is”. Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling, een bepaalde hiërarchie en/of geledingen. Dit zijn echter geen constitutieve vereisten om van een samenwerkingsverband te kunnen spreken. Het is voorts evenmin vereist dat de verdachte precies wist op welke misdrijven het oogmerk van de organisatie was gericht. De verdachte dient in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Daarnaast is het niet van belang of de verdachte is vrijgesproken van betrokkenheid bij een misdrijf dat in het verband van de organisatie is begaan. Om van deelnemen aan de criminele organisatie te kunnen spreken, dient de verdachte te behoren tot de organisatie en moet hij een aandeel hebben in, dan wel ondersteuning bieden aan gedragingen ter verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie.
Uit analyse van de verstrekte rekeningafschriften van ABN Amro bleek dat de onderneming [bedrijf 1], tevens een bankrekening met het nummer [bankrekeningnummer 3] hield bij de Rabobank. Uit de opgevraagde historische bankgegevens aangaande deze rekeningnummers bleek dat er op bankrekening [bankrekeningnummer 2] geen mutaties hebben plaatsgevonden.
aan [bedrijf 14]: $116.750,00 aan [bedrijf 11]: €53.855,64
Vanaf 21 juni 2007 tot 22 mei 2012 is de enig aandeelhouder en directrice: [bedrijf 6] (hierna: [bedrijf 6])
Vanaf 23 mei 2012 is de enig aandeelhouder van [bedrijf 6]: [betrokkene 11]. Vanaf 28 september 2012 is hij ook bestuurder.
Bestuurder / enig aandeelhouder vanaf 4 maart 2014 is [betrokkene 10].
De grootaandeelhouder van [bedrijf 6] is [betrokkene 4].
[bedrijf 29] heeft als bestuurder [bedrijf 6].
[bedrijf 5] heeft als bestuurder [bedrijf 6].
[bedrijf 30] heeft als bestuurder [bedrijf 6].
.Daarnaast zijn er overboekingen aan [bedrijf 11]. Voorafgaand aan deze 10 overboekingen naar [bedrijf 19] in Ecuador plus de overboekingen naar [bedrijf 11] vonden er steeds contante stortingen plaats op de Rabobankrekening om betreffende betalingen te kunnen verrichten. Het totaalbedrag aan kasstortingen in de periode 9 juli 2012 tot en met 9 oktober 2012 bedraagt € 194.500,-.
De [bijnaam 1] heeft aan hem gevraagd of hij een bedrijf op naam wilde zetten en vertelde dat het de bedoeling was dat zij fruit en groenten zouden gaan bestellen in Zuid-Amerika en dat er iets bij de lading gestopt zou worden. [medeverdachte 4] verklaarde dat hij gelijk door had dat dit om drugs zou gaan. De [bijnaam 1] vertelde hen dat zij een bedrijf moesten zoeken wat overgenomen kon worden en reeds langere tijd bestond. Verder moesten zij een website, een kantoorpand, een
[medeverdachte 4] herkent op een foto verdachte [verdachte] als “de [bijnaam 1].
Ook werd er door het merendeel van de bedrijven geen omzetbelasting betaald in en rond de periode dat de containers met fruit binnenkwamen. Uit het dossier is verder niet gebleken van serieuze boekhouding door één van de bedrijven, gedurende de periode dat de containers werden besteld/ingevoerd.
Betalingen via het internet voor het ene bedrijf werden verder regelmatig gedaan via de IP-adressen van andere hier betrokken bedrijven. Zo werden betalingen voor [bedrijf 1] en [bedrijf 4] verricht vanaf het IP-adres van [bedrijf 5]. Bij betalingen vanaf de rekening van [bedrijf 2] werd ingelogd vanaf het adres van [bedrijf 5] en van [bedrijf 6]. Betalingen van de bankrekening van [bedrijf 6] werden (ook) gedaan van het IP‑adres van [bedrijf 5].
[betrokkene 15] heeft verklaard dat hij na het vertrek van [betrokkene 12] bij [bedrijf 2], heeft aangekaart dat er te weinig winst werd gemaakt. Er werd te hoog ingekocht en te laag verkocht, onder meer aan ene [naam 5] die het op zijn beurt weer met winst verkocht, aldus [betrokkene 15]. Hij had wel ideeën om meer winst te maken en zowel kleine als grote [naam 4] hadden daar wel oren naar. Uiteindelijk is dit afgekapt. [betrokkene 15] mocht zich niet bezig houden met de verkoop, zo verklaarde hij. Ten aanzien van [bedrijf 2] heeft [betrokkene 15] verder verklaard dat door het bedrijf officieel werd gehandeld in groenten en fruit, maar hij alleen bananen en bakbananen en ananas heeft gezien. Hij heeft dat bekeken en zag dat er geen gezonde marges werden behaald. De inkoop was te duur en de verkoop te goedkoop aldus [betrokkene 15].Hij verklaarde verder dat aan de [adres 5] te Zoetermeer een container met gewone bananen werd geleverd. Hij vond dit raar, omdat bananen in een koeling moeten staan, anders bederven ze snel. In de [adres 5] te Zoetermeer was geen koeling aanwezig aldus [betrokkene 15]. De container is daar toen gelost door [naam 8]. Die pallets zijn toen gewoon in de loods neergezet. Bij [bedrijf 6] was hem verder opgevallen dat geld een probleem was. Het leek er volgens hem op of er niet veel geld voorhanden was. Er werd moeilijk gedaan om rekeningen te betalen. Hij trachtte te praten over de gezondheid van de onderneming maar daar werd niet op in gegaan.
Het samenwerkingsverband heeft meermalen cocaïne Nederland binnen gebracht, of heeft daartoe pogingen gedaan. Ten aanzien van de invoer van cocaïne blijkt het samenwerkingsverband uit de omvang en hoeveelheid van de verschillende transporten en al de daarmee gepaard gaande logistieke handelingen, zoals het op (laten) zetten van papieren bedrijven, het doen van bestellingen in Zuid-Amerika, het storten van contant geld, het onderhouden van mailcontacten met de leveranciers en met de inklaarder. De rechtbank is van oordeel dat over deze werkzaamheden binnen de organisatie onderling contact is geweest en dat hier afspraken over zijn gemaakt. Dit blijkt uit de verklaringen van de verschillende katvangers, die bij herhaling [verdachte] een sturende en coördinerende rol toedelen, [medeverdachte 2] telkens een administratieve rol toedelen, en [medeverdachte 1] als ‘verkoper’ weergeven.
Mijn vriend LCL heeft contact met me opgenomen over de tweede cont. ze kan ook de inklaring doen maar we doen [bedrijf 11] ja”.
Ja [bedrijf 11] alstublieft”.
Ook, als je kunt, probeer wat zakgeld voor ons te regelen?”
- een gouden polshorloge Ulysse Nardin veilingwaarde € 8.000,-
- een stalen polshorloge Audemars Piquet veilingwaarde € 6.500,-
- twee bicolor polshorloges van Rolex (imitatie) en Michael Kors veilingwaarde € 100,-
- een gouden cachetring veilingwaarde € 135,-
- een wit gouden gezaagde kop met diamant veilingwaarde € 135,-
- een gouden schakelcollier veilingwaarde € 1.650,-
dan gaan we daarheen bellen de vriend hij zal jou helpen. Hij zou het sowieso uit de dinges hebben gehaald, het zou daar liggen.”
- factuur met nummer 1713016 gedateerd 6 september 2013 ten bedrage van € 6.050,- (€ 5.000,- netto) ovv diverse schoonmaakopdrachten;
- factuur met nummer 1713019 gedateerd 20 december 2013 ten bedrage van
.Over het bedrijf kon hij niet veel vertellen, omdat hij het bedrijf niet kende. Een persoon van [bedrijf 7] heeft hem telefoonnummers gegeven van bedrijven en zo zijn zij met [bedrijf 66] en [BEDRIJF 65] in contact gekomen.
[bedrijf 70]gebeld en daar heeft hij tien of vijftien projecten voor gedaan. De opdracht had hij in 2013 aan [bedrijf 7] gegeven, dat was in de periode dat hij geen werk had omdat het toen erg vroor.
die mensen’. Het zou gaan om twee bedrijven. [medeverdachte 8] zal erachteraan gaan. [verdachte] wil dat de facturen voor vrijdag worden betaald omdat hij ook betalingen moet verrichten. Op 3 juni 2013 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 8] waarom die mannen het geld niet betalen, terwijl hij voor hen werk heeft verzet. [medeverdachte 8] zegt dat een van hen vrijdag al heeft betaald en dat het vandaag na de middag binnen moet zijn gekomen, omdat het een andere bank betreft. [verdachte] vraagt hoe het met die andere zit. [medeverdachte 8] vertelt dat die andere het vandaag zal overmaken en het morgen zal binnenkomen.Kijkend naar de betaaldata van [bedrijf 8] en [bedrijf 9] van de facturen van [bedrijf 7] komt de rechtbank tot de conclusie dat deze telefoongesprekken daarop betrekking hebben.
- De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 november 2016;
- Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, ZD02, blz. 66-78;
- Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, ZD02, blz. 92-102;
- Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, ZD02, blz. 103-108;
- Het proces-verbaal van bevindingen, ZD02, blz. 109.
- De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 november 2016;
- Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, ZD02, blz. 110-116;
- Het proces-verbaal van bevindingen, ZD02, blz. 117.
- De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 november 2016;
- Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijlagen, ZD01, blz. 47-51;
- Aanbiedingsproces-verbaal Zaak Vuurwapen, proces-verbaal nummer PL17R1-593/2012 met bijlagen, blz. 27 tot en met blz. 29.
1 december 2013in Nederland en Antwerpen, met mededaders, onder
wie:
juli2011 tot en met 24 juni 2014 in Nederland,
een sieraaden
eenhorloge,
heeftgehad en
heeftovergedragen en
heeftomgezet en daarvan gebruik
heeftgemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,
een sieraaden
eenhorloge met een totale veilingwaarde van EUR 9.650,- als aangetroffen in de woning [adres 2] te Rotterdam, voorhanden gehad en
31.218,-betreffende jaar 2013 voorhanden gehad en overgedragen en omgezet en van deze geldbedragen de werkelijke aard en herkomst verhuld door deze contant aan anderen overhandigde geldbedragen op basis van valse facturen aan die anderen op de bankrekening van het bedrijf [bedrijf 7] over te laten maken
27 maart 2013tot en met
25 oktober 2013in Nederland, opzettelijk, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen een geschrift, te weten
27 maart 2013tot en met
29 oktober 2013in Nederland, opzettelijk, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen gebruik heeft gemaakt van geschriften, te weten
heeftgehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf;
7.De strafoplegging
binnen twee jaarnadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop, en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.