Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Het procesverloop en de processtukken
- de brief van de curator aan de wrakingskamer, gedateerd 9 november 2016;
- de brief van de rechter-commissaris aan de wrakingskamer met bijlagen, gedateerd 10 november 2016.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, failliet verklaard, verzocht de wraking van de rechter-commissaris vanwege onvrede over het afwijzen van een verzoek tot verkoop van een vakantiewoning tegen een hogere prijs dan eerder toegestaan. De rechter-commissaris had toestemming gegeven voor verkoop van de woning voor € 13.000, maar volgde later de curator die stelde dat verkoop niet meer noodzakelijk was vanwege andere baten in het faillissement.
De rechtbank benadrukt dat wraking alleen kan worden toegewezen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid, wat hier niet is vastgesteld. De beslissing van de rechter-commissaris was niet onbegrijpelijk en berustte op nieuwe feiten en ontwikkelingen in het faillissement.
De rechter-commissaris vervult een toezichthoudende rol en bemoeit zich niet actief met de afwikkeling van het faillissement. Het verzoek tot wraking is daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor onpartijdigheid.