De rechtbank Rotterdam heeft op 24 november 2016 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die ervan werd verdacht zijn tuinhuisje in een volkstuinencomplex te hebben aangestoken. Uit getuigenverklaringen en forensisch onderzoek bleek dat de brand met brandversneller was aangestoken. De verdachte had kort daarvoor herhaaldelijk geroepen de boel in de fik te zullen steken.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte opzettelijk brand heeft gesticht aan zijn tuinhuisje, waarbij gemeen gevaar voor goederen bestond door nabijgelegen schutting en boom. Er was echter onvoldoende bewijs voor levensgevaar voor personen, zodat de verdachte op dat punt werd vrijgesproken.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Aan de voorwaardelijke straf werden bijzondere voorwaarden gekoppeld, waaronder begeleiding en behandeling voor alcoholgebruik en persoonlijkheidsonderzoek. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.