ECLI:NL:RBROT:2016:8882

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 november 2016
Publicatiedatum
21 november 2016
Zaaknummer
C/10/511802 / KG ZA 16-1178
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • H.L. de Gruijl-van Benthem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253s BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot inschrijving minderjarige op adres verzorgende grootouder

De oma vordert in kort geding dat de moeder wordt veroordeeld om de minderjarige, die sinds 2012 onafgebroken door de oma wordt verzorgd en opgevoed, op het adres van de oma in te schrijven. De moeder had de minderjarige zonder toestemming van de oma op haar eigen adres ingeschreven, waardoor de minderjarige momenteel niet verzekerd is tegen ziektekosten.

De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 1:253s BW een ouder die het gezag uitoefent slechts met toestemming van degene die het kind verzorgt en opvoedt het verblijf van het kind mag wijzigen. De moeder heeft gehandeld in strijd met dit artikel en niet in het belang van de minderjarige. De vordering van de oma wordt daarom toegewezen.

De moeder wordt veroordeeld tot inschrijving van de minderjarige op het adres van de oma, met vervangende toestemming voor de oma en een dwangsom van €5.000,- bij niet-naleving. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De moeder wordt veroordeeld om de minderjarige op het adres van de oma in te schrijven, met vervangende toestemming en een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Familie team 2
zaaknummer / rolnummer: C/10/511802 / KG ZA 16-1178
Vonnis in kort geding van 18 november 2016
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. M.D. van Velthoven te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. V.T.E. Kuijpers te Capelle aan den IJssel .
Partijen zullen hierna respectievelijk de oma en de moeder genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • de pleitnota van de moeder.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van
9 november 2016.
Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:
- de oma, bijgestaan door haar advocaat voornoemd;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat voornoemd.

2.De feiten

Op grond van de – in zoverre niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken – stellingen van partijen en in het geding gebrachte producties wordt in dit geding van het volgende
uitgegaan.
2.1.
Uit de moeder is op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] geboren de minderjarige [minderjarige] .

3.Het geschil

3.1.
De oma vordert samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de moeder te veroordelen om de minderjarige in te schrijven op het adres van de oma aan de [adres 1] , dan wel te bepalen dat aan de oma vervangende toestemming wordt verleend tot het laten inschrijving van de minderjarige op haar adres, op straffe van een dwangsom en onder veroordeling van de moeder in de kosten van deze procedure.
3.2.
De moeder voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de omstandigheid dat de minderjarige –
door de uitschrijving van het adres van de oma – thans niet is verzekerd tegen ziektekosten.
De voorzieningenrechter zal derhalve overgaan tot de materiële beoordeling.
4.2.
Op grond van artikel 1:253s van het Burgerlijk Wetboek kan – indien het kind met instemming van zijn ouder die het gezag over hem uitoefent gedurende ten minste een jaar door een ander als behorende tot het gezin is verzorgd en opgevoed – de ouder slechts met toestemming van degene die de verzorging en opvoeding op zich heeft genomen, wijziging in het verblijf van het kind brengen.
4.3.
Onweersproken is gesteld dat de minderjarige sinds 2012 onafgebroken is verzorgd en opgevoed door de oma. Gebleken is dat de minderjarige – zonder toestemming van de oma – door de moeder op haar adres in [adres 2] is ingeschreven. De moeder heeft daarmee in strijd met voornoemd artikel en niet in het belang van de minderjarige gehandeld. Bovendien heeft de moeder desgevraagd verklaard dat zij geen ziektekostenverzekering voor de minderjarige heeft afgesloten, zodat de minderjarige thans onverzekerd is tegen ziektekosten. Deze situatie is eveneens onwenselijk en dient zo spoedig mogelijk te worden hersteld. De vorderingen van de oma worden toegewezen.
4.4.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt de moeder tot het laten inschrijven van de minderjarige op het adres van de oma aan de [adres 1] ,
5.2.
verleent de oma vervangende toestemming voor het laten inschrijven van de minderjarige op haar adres aan de [adres 1] , indien de moeder niet aan de in 5.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet,
5.3.
veroordeelt de moeder om aan de oma een dwangsom te betalen van € 5.000,- indien de moeder niet aan de in 5.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. de Gruijl-van Benthem en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2016.