ECLI:NL:RBROT:2016:8666
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Plukze-vordering wegens onvoldoende causaal verband tussen smeergeld en provisies
De veroordeelde is veroordeeld voor het doen van verboden giften aan een treasurer van twee stichtingen en het bezit van valse geschriften. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tot maximaal €521.211.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde provisie ontving voor transacties die hij bemiddelde tussen stichtingen en banken, maar dat deze provisies op zichzelf geen strafbaar feit vormden. De treasurer verklaarde dat hij niet door de giften was beïnvloed bij zijn keuzes en dat ook andere geldmakelaars werden ingeschakeld.
De rechtbank concludeerde dat de stichtingen steeds kozen voor de beste of goedkoopste financiële instelling en dat de relatie tussen de veroordeelde en de treasurer niet doorslaggevend was. Hierdoor ontbrak een voldoende causaal verband tussen het smeergeld en de provisies.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af wegens onvoldoende causaal verband tussen smeergeld en provisies.