Verzoeker was sinds 1997 in dienst bij CMA CGM in financiële functies en werd op 11 augustus 2016 op staande voet ontslagen wegens het verwerken van niet-zakelijke betalingen zonder facturen in de boekhouding. CMA CGM stelde dat verzoeker wist van de frauduleuze aard van de betalingen en hierover onwaarheden had verteld.
De kantonrechter stelde vast dat verzoeker de betalingen inderdaad had verwerkt zonder facturen, wat in strijd was met de regels, maar dat niet vaststond dat hij wist dat deze betalingen niet-zakelijk waren. Verzoeker handelde op gezag van zijn leidinggevende en er was geen bewijs van zijn betrokkenheid bij fraude of persoonlijk voordeel.
Daarom concludeerde de rechter dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet. Het ontslag werd vernietigd, CMA CGM werd veroordeeld tot doorbetaling van salaris en toelating van verzoeker tot zijn werkzaamheden, met een dwangsom bij niet-naleving. Ook werden de proceskosten aan CMA CGM opgelegd.