Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser sub1] ,
[eiseres sub2] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 11 november 2015 en de daarin genoemde stukken;
- het deskundigenbericht van 4 april 2016;
- de loonbepaling ten aanzien van het deskundigenbericht van 26 april 2016;
- de conclusie na deskundigenbericht tevens akte wijziging van eis van [eisers] ;
- de conclusie na deskundigenbericht van [gedaagde] .
2.De verdere beoordeling
en de reactie van de deskundige daaropmoet vermelden (zie 3.11 van het tussenvonnis). Voorts is de deskundige in het tussenvonnis erop gewezen dat hij voor aanvang van zijn onderzoek kennis diende te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (hierna: de Leidraad). In de Leidraad is onder meer opgenomen dat een deskundige de keuze heeft uit twee methoden voor de wijze waarop hij reageert op de opmerkingen en verzoeken: hij hecht aan het rapport een bijlage waarin hij reageert op de opmerkingen en verzoeken, of hij verwerkt zijn reactie op de opmerkingen en verzoeken in zijn rapport (zie nr. 25 van de Leidraad). Voorts is in de Leidraad opgenomen dat een deskundige behoort te reageren op opmerkingen en verzoeken die vallen binnen het kader van de door de rechter gestelde vragen (zie nr. 28 van de Leidraad). Ten aanzien van opmerkingen en verzoeken die niet binnen de door de rechter gestelde vragen zijn te brengen, hoeft de deskundige niet te reageren. In het deskundigenbericht of in de bijlage, dient de deskundige evenwel te vermelden op welke opmerkingen en verzoeken hij niet reageert en waarom (zie nr. 32 van de Leidraad).
feitelijkhet normaal gebruik van de woning beletten (bijvoorbeeld vanwege een reëel instortingsgevaar, eventueel op langere termijn, te verwachten ernstige lekkage of vanwege de onmogelijkheid om bepaalde gebruikelijke werkzaamheden in of om het huis uit te voeren) en dat deze vraag dus los van het juridische kader beantwoord moet worden. Of (en zo ja, in hoeverre) de constructie voldeed aan het Bouwbesluit (daargelaten de datum 2012), is voor de beantwoording van die vraag dus niet zonder meer relevant en in elk geval niet doorslaggevend.
eigenaarvan de woning) al verkleuringen, kringen en vlekken op het plafond zichtbaar zouden zijn geweest en dat de schuifpui al slecht functioneerde, is geen feit dat door de rechtbank is vastgesteld en is bovendien door [gedaagde] betwist. Het is onduidelijk op welke bron de deskundige zich ten aanzien van dit aspect heeft gebaseerd en voorts is onduidelijk of de deskundige ook zonder dit aspect tot voornoemd oordeel zou zijn gekomen. In dat verband merkt de rechtbank op dat vast staat dat [gedaagde] na verkoop de woning nog als
huurderheeft bewoond, welke periode dus niet bedoeld kan zijn (zie hierna onder 2.10).
Nu het aanvullend deskundigenbericht een nadere toelichting op (althans verduidelijking van) het reeds uitgebrachte deskundigenbericht betreft, terwijl van dat bericht reeds duidelijkheid op de hiervoor genoemde punten mocht worden verwacht, wordt er vanuit gegaan dat het reeds vastgestelde deskundigenloon mede de beantwoording van deze aanvullende vragen omvat. Voor het aanvullend deskundigenbericht zal derhalve geen aanvullende loonbepaling worden gegeven.
3.De beslissing
alleopmerkingen en vragen van partijen op het (eerste danwel tweede) concept deskundigenbericht;