ECLI:NL:RBROT:2016:8413

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 november 2016
Publicatiedatum
2 november 2016
Zaaknummer
ROT 15/6943
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 79 ParticipatiewetArt. 8:74 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor vergoeding griffierecht wegens ontbreken procesbelang

Eiseres heeft bij de gemeente Hellevoetsluis een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand ter vergoeding van een griffierecht van € 45,-. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.

De rechtbank constateert dat verweerder op grond van een eerdere uitspraak van 18 december 2015 al verplicht is tot vergoeding van het griffierecht aan eiseres. Hoewel verweerder stelt dat het bedrag reeds is betaald, is ter zitting komen vast te staan dat betaling feitelijk nog niet heeft plaatsgevonden. Dit weerlegt het verweer dat het beroep niet-ontvankelijk zou zijn wegens gebrek aan procesbelang.

Desondanks oordeelt de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat eiseres door de eerdere uitspraak geen belang meer heeft bij het beroep; zij kan niet meer bereiken dan reeds is vastgesteld. De rechtbank bepaalt tevens dat verweerder het griffierecht alsnog aan eiseres moet vergoeden en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af, aangezien deze reeds in een andere uitspraak zijn toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang, maar verweerder moet het griffierecht alsnog vergoeden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1
zaaknummer: ROT 15/6943

uitspraak van de meervoudige kamer van 4 november 2016 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellevoetsluis, verweerder,
gemachtigden: mr. L.J. van Es-Bel en mr. A.M. Spahr van der Hoek-de Waard.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2015 heeft verweerder de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) afgewezen.
Bij besluit van 16 oktober 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft - gevoegd met een groot aantal andere beroepen van eiseres tegen verweerder - plaatsgevonden op 23 september 2016. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na zitting is het beroep met zaaknummer ROT 15/6943 gesplitst van de andere beroepen. In die andere beroepen wordt bij aparte uitspraken van heden uitspraak gedaan (ROT 15/1837 e.v., ROT 15/1937 en ROT 16/5047)
.

Overwegingen

1. Eiseres heeft bij aanvraag van 11 mei 2015 verzocht om bijzondere bijstand voor de vergoeding van door haar betaald griffierecht van € 45,-. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing van deze aanvraag gehandhaafd.
2. Het griffierecht heeft, gelet op de overgelegde nota van het Landelijk Dienstencentrum van de Rechtspraak (LDCR), betrekking op het beroep met zaaknummer ROT 14/6415. De rechtbank heeft op dit beroep uitspraak gedaan op 18 december 2015 (ECLI:NL:RBROT:2015:9447). In die uitspraak heeft de rechtbank bepaald dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 45,- vergoedt.
3. Verweerder heeft gesteld dat hij op 23 maart 2016 opdracht heeft gegeven tot betaling van een bedrag van € 56,-, waaronder begrepen een bedrag van € 45,- aan griffierecht betreffende het beroep met zaaknummer ROT 14/6415. Hij betoogt dat eiseres geen procesbelang heeft bij haar beroep omdat zij de verzochte griffiekosten al ontvangen heeft. Het beroep zou daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.
4. Eiseres betoogt dat verweerder ten onrechte weigert de gevraagde bijzondere bijstand te verlenen. Ter zitting heeft zij toegelicht dat zij, ondanks dat verweerder stelt dat hij dit bedrag heeft overgemaakt, het bedrag niet heeft ontvangen en dat zij daarom wel belang heeft bij haar beroep.
5. Ter zitting is komen vast te staan dat verweerder het bedrag aan griffierecht niet aan eiseres heeft betaald. Het betoog van verweerder dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht al is vergoed, mist dus feitelijke grondslag en moet daarom worden verworpen.
6. Toch kan het beroep er niet toe leiden dat aan eiseres bijzondere bijstand wordt verleend voor dat griffierecht. Dit omdat verweerders verplichting tot betaling van het griffierecht in het beroep met zaaknummer ROT 14/6415 op grond van voornoemde uitspraak van 18 december 2015 al vaststaat. Dit betekent dat eiseres thans niet méér bereiken kan dan wat zij op grond van de uitspraak van 18 december 2015 al heeft bereikt. De enkele omstandigheid dat het griffierecht feitelijk nog niet is vergoed, maakt niet dat eiseres wel procesbelang heeft. De rechtbank merkt daarbij op dat het niet gaat om het niet betalen van bijstand aan eiseres, dat op grond van artikel 79 van Pro de Participatiewet met een besluit gelijkgesteld moet worden en waartegen dan beroep openstaat. Het procesbelang dat eiseres ten tijde van het instellen van haar beroep op 5 november 2015 had, is door de uitspraak van 18 december 2015 komen te vervallen. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
7. De rechtbank ziet aanleiding met toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb te bepalen dat het door eiseres betaalde griffierecht van € 45,- door verweerder wordt vergoed. Dit omdat eiseres bij het instellen van haar beroep wel procesbelang had.
8. De rechtbank ziet geen aanleiding het verzoek tot vergoeding van proceskosten te honoreren. De rechtbank heeft bij genoemde uitspraak van heden (ROT 15/1937 e.v.) al geoordeeld dat de geclaimde proceskosten (reiskosten) voor vergoeding in aanmerking komen en proceskosten worden niet dubbel vergoed.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 45,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A. Schreuder, voorzitter, en mr A.C. Rop en mr. I.S. Vreken-Westra, leden, in aanwezigheid van mr. H.C. de Wit-Mulder, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2016.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep