Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding, met producties;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van [eiseressen] ;
- de pleitnota van de [gedaagde] ;
- de ter zitting overgelegde nadere producties.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een kort geding tussen eiseressen, waaronder een erfpachter, en de publiekrechtelijke rechtspersoon gedaagde over de ontruiming van een erfpachtperceel met bedrijfsopstallen. De erfpacht was oorspronkelijk geëindigd op 30 mei 2014, maar partijen hadden nadien twee verlengingen overeengekomen tot respectievelijk 1 juni 2015 en 1 december 2015. De gedaagde stelde dat het erfpachtrecht was geëindigd en sommeerde ontruiming van het perceel.
Eiseressen vorderden een verbod op ontruiming omdat onduidelijk is of het erfpachtrecht daadwerkelijk is geëindigd en of de gedaagde een geldige titel tot ontruiming heeft. Zij stelden dat de verlengingen rechtsgeldig zijn en dat er geen rechtsgeldige opzegging is geweest. De voorzieningenrechter oordeelde dat de ingebrekestelling van de gedaagde onvoldoende duidelijk was over de einddatum van het erfpachtrecht en de ontruimingsverplichting.
Voorts achtte de voorzieningenrechter het niet onaannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat er sprake is van een verlengde erfpacht of een huurverhouding, waardoor de ontruimingsverplichting niet zonder rechterlijke tussenkomst geldt. Daarom werd het verbod op ontruiming toegewezen en de gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de ontruiming van het erfpachtperceel wegens onduidelijkheid over de einddatum en geldigheid van verlengingen.