Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 juni 2015;
- het proces-verbaal van comparitie van 10 september 2015 en de bij die gelegenheid in het geding gebrachte stukken:
2.De feiten
Partijen en achtergrond
“Vervaardigen, installeren en onderhouden van installaties op het gebied van elektro-, elektronica-, beveiliging-, telematica-, regel- e automatiseringstechniek, uitlenen van personeel”.
“Het ontwikkelen, fabriceren en installeren van complete accommodaties en isolatiesystemen voor schepen en offshore installaties. Holding activiteiten”.
Requisition 81020118-E001 Rev.0
Vendor Documentation Requirement List 81020188-E001 Rev.0
General Purchase Conditions Hertel Marine Services B.V. November 2010
Changes and additions to the General Purchase Conditions Rev 0, 6 September 2011
- Start of procurement of subcontractor supplied materials: Date of this agreement
- Mechanical Complete: January 2013
- 20% of the initial order value after countersigning by the sub-contractor of this agreement
- 70% of the initial order value by monthly invoices pro-rata the percentage progress of the installation at the construction site
- 10% of the initial order value after complete delivery of all required documentation.
to provide engineering capacity (reimbursable) to finalize LQ design. Work consists out of:
- Block diagrams small power
- Termination detals
- Finalize loop diagrams in a Statoil provided engineering programm (database/STIDloop)
- Finalize electrical diagrams in a Statoil provided engineering programm (database/STIDele)
- Routing of cables based on Statoil provided engineering programm (database/CABSYS). Subcontractor/Supplier to investigate the possibility to use the Statoil provided cable routing system (CabSys) as a substitute of Subcontractor/Supplier own cable system. If so 200 engineering hours to be available for engineering.
- Various other tasks
3.Het geschil
in conventie
- € 995.913,50, vermeerderd met contractuele rente van 3% per jaar vanaf de datum van de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie tot aan de dag van voldoening;
- € 6.775,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
4.De beoordeling in conventie en reconventie
“It shall be minimum 300 mm free space between top of one ladder edge to bottom of next ladder edge, and from top edge to roof”. Het is volgens Hertel zodoende een contractueel vereiste dat de – verticale – minimale afstand tussen de kabelgoten 300 mm moet zijn. Zij bestrijdt in zoverre dus dat sprake is van meerwerk. Voor zover het werk op initiatief van Statoil is gewijzigd, moet Croon de meerkosten daarvan indienen bij Statoil, aldus Hertel.
)
Hertel betaalt openstaande facturen per direct (is al in gang gezet)”, leidt de rechtbank af dat de openstaande facturen op dat moment, of kort daarna, door Hertel zijn voldaan. Niet kan daarom worden gezegd dat in zoverre sprake was van het niet-nakomen van een opeisbare verbintenis. Voorts geldt dat, voor zover Hertel een verplichting heeft tot het verstrekken van “purchase orders” voor de bedoelde VOR’s (dit is een geschilpunt tussen partijen), niet is komen vast te staan dat die verbintenis opeisbaar was op het moment dat Croon zich op opschorting beriep. Gesteld noch gebleken is immers dat Croon Hertel toen ter zake in gebreke heeft gesteld. De conclusie is dan ook dat Croon op dat moment rechtens geen beroep op opschorting toekwam van haar verbintenis tot afgifte van de tekeningen. Croon was derhalve gehouden de betreffende tekeningen aan Hertel te verstrekken.
Croon gaat werken op de beschikbare informatie, hoewel niet compleet;
Croon verwacht in de montage uren een inefficiëntie te hebben van 100% (€ 350.000,--);
Croon verwacht extra kosten te moeten maken om materialen op tijd op site te hebben (€ 200.000,--);
Croon moet extra engineeringsinspanningen leveren om de werkzaamheden uit te voeren op basis van het onvolledige engineeringspakket;
Croon zal een deel van de werkzaamheden in shifts moet uitvoeren;
Om bovenstaande te managen zal het project en het site managementteam moeten worden uitgebreid.
Croon zal voor al het extra werk ten opzichte van de contract scope het proces van VOR’s continueren en de nadruk leggen op VOR’s die doorgezet kunnen worden in de richting van SHI (Hierbij denken we met name aan de VOR voor TR3023);
Croon zal de extra inspanningen die volgen uit de versnellingsmaatregelen wekelijks in een VOR aanbieden aan Hertel, deze VOR’s zullen dan bestaan uit de volgende posten; engineeringsondersteuning, extra werkvoorbereiding, extra project management, extra supervisie, inefficiëntie over de montage uren.
het extra werk ten opzichte van de contract scope”. Redelijke uitleg van deze zinsnede brengt mee dat alleen de extra uren die Croon heeft moeten maken als gevolg van niet voor haar rekening en risico komende omstandigheden, door Croon in rekening mogen worden gebracht bij Hertel. Uit het feit dat Croon de extra uren aan Hertel diende voor te leggen door middel van een VOR, leidt de rechtbank af dat de opgegeven uren op dat moment nog door Hertel moesten (en mochten) worden getoetst. De term VOR (“Variation Order Request”) en de tekst van de VOR’s (
“we are offering you the acceleration costs for week …”en
“we expect an agreement on the extra costs ultimately…”)duiden er immers op dat de verschuldigdheid van de op de VOR’s vermelde bedragen afhankelijk is van daarover door partijen te bereiken overeenstemming. Ook Croon zelf gaat ervan uit dat de afzonderlijke VOR’s door Hertel beoordeeld dienden te worden en dat Hertel deze “
geheel of gedeeltelijk toe- dan wel[kan] afwijzen” (alinea 40 cva/reconv, Croon). De conclusie daarvan is dat de enkele afspraak dat Croon VOR’s zou indienen van de door haar extra bestede uren, Croon op zichzelf nog geen recht geeft op onverkorte betaling van al die extra uren.
4.10.15)of in algemene beschouwingen over het ontbreken van vrije werkruimte die tot niets leiden; uit de contractstukken en de stellingen blijkt echter niet dat Croon aanspraak kon maken op werkvrije ruimte.
- € 81.795,00 aan ten onrechte betaalde kosten voor supervisie in Zuid-Korea;
- € 78.251,50 aan ten onrechte betaalde acceleratiekosten (VOR06).
- VOR 097 extra cabling freezing and cooling (€ 32.559,85)
- VOR 80 TR 3023 (€ 575.000);
- VOR 101 scope of work SHI (€ 53.400,00);
- VOR 100 brackets of external ligths (€ 28.000,80);
- VOR 098 revision 1 interface cabling topside LQ (replaces VOR 64 and 98), tot een bedrag van € 26.748,00
- VOR 094 revision 1 changing number of lighting fixtures (replaces VOR 45, 94 en 96) (€ 31.208,68)
- VOR 062 deviation CR00006 electrical doors-82, tot een bedrag van € 4.663,56
- VOR 095 extra lighting ECR & CCR (€ 15.822,39) en stelposten (€ 8.221,19) en (€ 10.723,29);
- VOR 048 change size Distribution Board 82 EL 10004 Level 4 (€ 4.420,00);
- VOR 133 adjustment Distribution Board 82 EL 10007 € 1.408,00);
- VOR Acceleration week 6 t/m 33 (€ 2.844.101,17);
- VOR 134 additional hours (€ 363.730,00);
- € 40.364,00 voor het moeten aanpassen van de vertrekken als gevolg van het niet installeren door Croon van de distribution boards;
- € 500.000,00 aan ten onrechte betaalde acceleratiekosten;
- € 215.623,00 aan werkzaamheden die nog niet gereed waren, maar waarvoor Croon wel betaling heeft ontvangen;
- De verklaring voor recht dat Croon gehouden is de schade die Hertel lijdt doordat Croon haar werkzaamheden niet tijdig heeft afgerond, aan Hertel te vergoeden.
5.De beslissing
3 augustus 2016voor uitlating door Croon respectievelijk Hertel of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,