ECLI:NL:RBROT:2016:7384

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 juni 2016
Publicatiedatum
27 september 2016
Zaaknummer
C/10/500928 / FT EA 16/1067
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 lid 1 FaillissementswetArt. 285 Faillissementswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens voldoende betalingscapaciteit en onderhandelingsbereidheid bank

Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een schuld van €163.537,33 aan de ABN AMRO-bank, voortvloeiend uit een lening voor een pilotenopleiding. Hoewel verzoeker zijn opleiding heeft afgerond, kon hij geen baan als verkeersvlieger vinden en is zijn brevet verlopen. Na het niet verlengen van zijn arbeidscontract in 2014 voorzag hij betalingsproblemen en heeft hij contact gezocht met de bank.

De bank toonde zich bereid om mee te werken aan een afbetalingsregeling, inclusief renteconcessie, zodat de schuld niet verder oploopt. Verzoeker heeft een afloscapaciteit van €628,55 per maand en een fulltime baan op detacheringsbasis met een netto salaris van €2.430. Ondanks een aanbod tot finale kwijting van €15.000 werd geen akkoord bereikt.

De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet in een toestand verkeert waarin hij is opgehouden te betalen en dat het niet aannemelijk is dat hij niet zal kunnen blijven betalen. De lening heeft een looptijd van 25 jaar, wat passend is bij de situatie. De rechtbank wijst daarom het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af, maar laat ruimte voor een nieuw verzoek indien de bank niet langer bereid is tot onderhandelingen.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens voldoende betalingscapaciteit en bereidheid bank tot afbetalingsregeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 30 juni 2016
[naam],
[adres]
[woonplaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 3 mei 2016 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 23 juni 2016.

2.De feiten

Verzoeker ontvangt inkomsten uit arbeid. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet Pro € 163.537,33.

3.De beoordeling

Op grond van artikel 284 lid 1 van Pro de Faillissementswet (hierna: Fw) kan een natuurlijk persoon, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Schuldenaar heeft één schuld, aan de ABN AMRO-bank. Deze schuld heeft betrekking op een kredietovereenkomst (hierna: de lening) die schuldenaar op 25 augustus 2008 is aangegaan ter financiering van zijn pilotenopleiding. De looptijd van de lening is 25 jaar. In mei 2011 heeft schuldenaar de pilotenopleiding afgerond. Hij is er niet in geslaagd om een baan als verkeersvlieger te vinden. Inmiddels is de geldigheid van zijn brevet verlopen. De kans dat hij nog als verkeersvlieger zal kunnen werken, is naar zijn zeggen nihil.
Toen in juni 2014 zijn contract bij zijn toenmalige werkgever niet werd verlengd, voorzag schuldenaar dat hij niet langer aan zijn betalingsverplichtingen jegens de ABN AMRO-bank kon voldoen en heeft hij contact opgenomen met de bank om tot een oplossing te komen. Er hebben vier of vijf gesprekken plaatsgevonden. Dit heeft echter niet tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing geleid.
Schuldenaar heeft thans een fulltime baan (op detacheringsbasis). Zijn salaris bedraagt
€ 2.430,-- netto; volgens de zich in het dossier bevindende vtlb-berekening heeft hij een afloscapaciteit van € 628,55 per maand. Hij heeft geen andere schuldeisers dan de ABN AMBRO-bank. In het kader van het minnelijk traject heeft schuldenaar een bedrag van
€ 22.627,80 (13,84%) van de vordering aangeboden. Dit aanbod is niet geaccepteerd.
Uit de zich in het dossier bevindende stukken is de rechtbank gebleken dat ABN AMRO-bank bereid was om schuldenaar de tijd te gunnen een betaalde baan te vinden zodat hij weer in staat zou zijn om rente en aflossingen te betalen op basis van zijn draagkracht en hem daarbij te ondersteunen door middel van een concessie op de rente zodat de schuld niet verder zou oplopen (e-mail 12 maart 2015). In reactie hierop heeft schuldenaar op 10 april 2015 een eerder aanbod om eenmalig een bedrag van € 15.000,-- tegen finale kwijting te betalen herhaald en zich op het standpunt gesteld dat dit de enige manier is om tot een oplossing te komen.
Naar het oordeel van de rechtbank biedt de opstelling van de ABN AMRO-bank, waarvan niet gesteld of gebleken is dat deze is gewijzigd, voldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat het (nog) mogelijk is om tot een acceptabele afbetalingsregeling te komen. Dat ABN AMRO-bank daarbij streeft naar een volledige afbetaling van de lening is haar goed recht. Van schuldenaar mag worden verwacht dat hij zich maximaal inspant om dit te realiseren. Schuldenaar heeft op dit moment een afloscapaciteit van € 628,55 per maand en niet uitgesloten kan worden geacht dat hij, gelet op zijn leeftijd en vooropleiding (HAVO), dit inkomen zal houden of zelfs op termijn een hoger inkomen zal weten genereren.
Dat schuldenaar dan nog geruime tijd zal moeten afbetalen doet daar niet aan af. De lening is immers voor 25 jaar aangegaan en schuldenaar zou deze looptijd naar eigen zeggen ook nodig hebben gehad om de lening af te lossen als hij wel een baan als verkeersvlieger zou hebben gevonden. Zou schuldenaar een studieschuld bij DUO hebben gehad, dan zou hij deze in beginsel ook volledig moeten hebben terugbetalen (op dergelijke schulden is de schuldsaneringsregeling niet van toepassing) en zou de restschuld eerst na 15 jaar voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen.
Het voorgaande leidt tot het oordeel dat schuldenaar thans niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen en dat thans evenmin te voorzien is dat hij niet zal kunnen voorgaan met het betalen van zijn schulden. Daarom kan hij op dit moment niet worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Mocht blijken dat ABN AMRO-bank niet (langer) bereid is te onderhandelen over een voor beide partijen acceptabele afbetalingsregeling dan kan schuldenaar opnieuw een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling indienen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout, rechter, en in aanwezigheid van
mr. E.C. Padberg-de Haan, griffier, in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2016. [1]