Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[naam 2],
Rechtbank Rotterdam
Bij vonnis van 26 januari 2015 werd de schuldsaneringsregeling toegepast op de schuldenaren. Verzoekster, een stichting, verzocht de tussentijdse beëindiging van deze regeling omdat schuldenaren hun betalingen konden hervatten.
Schuldenaar had in de periode van maart 2011 tot juli 2012 een bedrag van bijna €293.590 verduisterd en was veroordeeld tot terugbetaling van €286.824. Omdat er geen andere schuldeisers waren, werd alleen voor verzoekster gereserveerd tijdens de regeling. Door een derdenbeslag op de uitkering van schuldenaar konden de betalingen aan verzoekster hervat worden zonder aftrek van bewindvoerderskosten.
Tijdens de zitting op 6 juli 2016 bereikten partijen een schikking, waarna ook de schuldsaneringsregeling voor schuldenares op grond van artikel 350 lid 3 sub b Fw Pro beëindigd kon worden. De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal €2.755,45 en beëindigde de regeling omdat schuldenaren hun betalingen konden hervatten.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling omdat schuldenaren hun betalingen kunnen hervatten.