ECLI:NL:RBROT:2016:7378
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot opheffing faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot opheffing van zijn faillissement van 28 juli 2015, met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De curator heeft negatief geadviseerd over dit verzoek. De rechtbank heeft onderzocht of verzoeker een beroep kan doen op artikel 15b, eerste lid, van de Faillissementswet, dat vereist dat verzoeker niet kan worden verweten dat hij niet binnen de wettelijke termijn een verzoek tot schuldsanering heeft ingediend.
De griffier heeft op 29 juni 2015 een brief verzonden waarin verzoeker werd gewezen op de mogelijkheid om binnen veertien dagen een verzoekschrift in te dienen. Deze brief is aangetekend aangeboden maar niet afgeleverd of afgehaald. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij mondeling heeft aangegeven gebruik te willen maken van de schuldsaneringsregeling, maar heeft geen schriftelijk verzoekschrift ingediend. De door hem overgelegde brief van de gemeente Goeree Overflakkee betreft een uitkeringsbesluit en toont geen pogingen tot schuldhulpverlening.
De rechtbank oordeelt dat het mondeling aangeven van het gebruik van de schuldsanering niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor een verzoekschrift. Er zijn geen omstandigheden die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigen. Daarom is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot opheffing van het faillissement met toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het niet tijdig indienen van het vereiste verzoekschrift.