ECLI:NL:RBROT:2016:7374
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet doorlopen minnelijk traject
Verzoekster heeft op 20 juli 2016 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank beoordeelt dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat niet is voldaan aan de wettelijke vereiste dat eerst het minnelijk traject moet worden doorlopen, zoals voorgeschreven in artikel 285 Faillissementswet Pro.
De verklaring van de Kredietbank, die onderdeel uitmaakt van het dossier, is onvoldoende gemotiveerd. De Belastingdienst, als grootste schuldeiser met 93,1% van de totale schuldenlast, heeft aangegeven niet mee te willen werken aan een minnelijke regeling, waardoor geen voorstel aan de schuldeisers is gedaan. Dit betekent dat ook een verzoek tot dwangakkoord, bedoeld om het minnelijk traject te versterken, niet mogelijk is.
De rechtbank overweegt dat de schuld aan de Belastingdienst grotendeels is ontstaan buiten de periode van vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en dat een verzoek dwangakkoord niet zonder meer kansloos is. Omdat geen aanbod is gedaan, kan dit verzoek echter niet worden ingediend. De rechtbank verleent geen termijn om aanvullende gegevens te verstrekken, omdat een maand onvoldoende is om het minnelijk traject af te ronden.
Op grond van deze overwegingen verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het niet doorlopen van het minnelijk traject.