Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de mondelinge behandeling op 1 september 2016.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn in 2009 in Iran gehuwd en hebben een minderjarig kind. De vrouw vordert in kort geding dat de man medewerking verleent aan een echtscheiding volgens islamitisch recht (Talak), afgifte van 12 goudstaven als bruidsschat, en overdracht van diverse inboedelgoederen of een geldbedrag.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot medewerking aan de islamitische echtscheiding wordt afgewezen omdat de huwelijksvermogensrechtelijke consequenties van toewijzing niet te overzien zijn. Er is onduidelijkheid over het toepasselijke recht en de gevolgen van de verschillende vormen van ontbinding (Talak versus Khul).
De vordering tot afgifte van goederen wordt deels toegewezen: de man moet binnen 14 dagen goederen uit de kinderkamer, kinderkleding en persoonlijke kleding van de vrouw afgeven. De overige vorderingen worden afgewezen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Vordering medewerking islamitische echtscheiding afgewezen; beperkte afgifte van goederen toegewezen.