Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar met aftrek van voorarrest, alsmede een geldboete van € 10.000,=.
4.Waardering van het bewijs
- drie personen bij de container worden afgezet door een witte bestelbus;
- deze bestelbus blijkt te zijn voorzien van een valse kentekenplaat;
- de container afkomstig is uit Brazilië, Zuid Amerika en dozen met bevroren kip bevat;
- één van de in het zwart geklede personen de container beklimt, de deur van de container openbreekt, 17 sporttassen uit de container gooit die vervolgens in een bestelbus worden geladen;
- in (de nabijheid van) die betreffende container diverse (slijp) gereedschappen worden aangetroffen;
- de derde en de vierde rij van de lading in de container slordig gestapeld was en de helft van de dozen ontbreekt;
- bij het betreden en het verlaten van het haventerrein gebruik wordt gemaakt van een toegangspas die van een werknemer is van een bedrijf dat toegang heeft tot het haventerrein;
- de persoon die bij het verlaten van het haventerrein de toegangspas aanbiedt, de bestuurder van de witte bestelbus, ook gekleed is als een havenmedewerker;
- deze witte bestelbus bij het verlaten van het haventerrein door de geblokkeerde slagboom van de terminal heen rijdt en met grote snelheid wegrijdt;
inopof omstreeks de periode van 01 oktober 2015 tot en met28 oktober 2015 te Rotterdam
, althans in Nederland,
een ander ofanderen,
althans alleen,om een feit, bedoeld in het vierde
of vijfdelid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk
bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken,vervoeren en
/ofbinnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een
materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne eenmiddel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,
/ofte bevorderen
/of (een)ander
(en
)gelegenheid en
/ofmiddelen
en/of inlichtingentot het plegen van dat
/diefeit
(en)heeft
getracht teverschaf
tfen, en
/of
/ofvervoermiddelen
en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelenvoorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
/of
voornoemdezijntoegangspas (onbevoegd) de toegang verschaft tot het terrein van de APM- terminal en/of de ECT-Delta terminal, en
/of
(vervolgens
)met een bestelauto het terrein van de APM-terminal en/of de ECT-Delta terminal opgereden, en
/of
/ofde deuren van die container geopend, en
/of
(vervolgens
)17,
althans één of meer,tassen met
cocaïne, althans meteen middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, overgezet vanuit die container in voornoemde bestelauto, en
/of
(vervolgens
)met die bestelauto een slagboom van het terrein kapot gereden en
/of(aldus) die tassen met
cocaïne, althans meteen middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, weggevoerd, en
/of
/ofeen slijpschijven en
/oflood en
/ofeen accu pack en
/ofeen antenne en
/ofeen hulpstuk van een slijptol voorhanden gehad en/of gebruikt;
of omstreeks28 oktober 2015 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een slagboom (van een bedrijfsterrein gelegen aan de Europaweg 875),
in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan ECT Delta Terminal, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield
en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.
5.Strafbaarheid feiten
Medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, zich en anderen gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit verschaffen en voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaar;
één (1) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd,tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op twee jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;