Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie
- de akte van [eiser] .
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure bij de Rechtbank Rotterdam werd eiser ontslagen van de instantie omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. De zaak diende voor het eerst op 18 november 2015, maar betaling van het griffierecht door eiser vond pas plaats op 4 januari 2016, wat te laat was volgens de wettelijke termijn van vier weken na de eerstdienende dag.
Eiser beriep zich op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv, stellende dat de te late betaling het gevolg was van een menselijke fout van zijn advocaat, die een e-mailbericht niet aan eiser had doen toekomen. Ook werd aangevoerd dat de wederpartij instemde met voortzetting van de procedure ondanks de te late betaling.
De rechtbank oordeelde dat de fout van de advocaat voor risico van eiser komt en dat een menselijke fout onvoldoende grond biedt voor toepassing van de hardheidsclausule. Ook de instemming van de wederpartij maakt dit niet anders. Daarom werd eiser ontslagen van de instantie en veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: Eiser wordt ontslagen van de instantie wegens te late betaling van het griffierecht ondanks instemming van de wederpartij.