ECLI:NL:RBROT:2016:6618
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Uitstel van voorwaardelijke invrijheidstelling wegens nieuw strafbaar feit en misdraging
De veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden, met een oorspronkelijke voorwaardelijke invrijheidstellingsdatum op 9 maart 2017. Het openbaar ministerie verzocht om uitstel van deze datum vanwege een nieuw strafbaar feit gepleegd tijdens de uitvoering van de straf.
Op 9 mei 2016 werd de veroordeelde betrapt op het bezit van een semi-automatisch vuurwapen en munitie, wat leidde tot een veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Dit nieuwe feit en de gedragingen van de veroordeelde, waaronder het niet naleven van afspraken met de reclassering, vormden de grondslag voor het verzoek tot uitstel.
Tijdens de zitting op 11 augustus 2016 werd het verzoek door de rechtbank toegewezen. De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde zich ernstig heeft misdragen en niet heeft laten zien dat hij vervroegde invrijheidstelling verdient. Daarom werd het uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling met 180 dagen vastgesteld.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde wordt uitgesteld met 180 dagen wegens een nieuw strafbaar feit en ernstige misdraging.