Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het incidenteel vonnis van 2 maart 2016, waarbij de vordering van Maverick Manufacturing en de gezamenlijk met haar gedagvaarde vennootschappen Minerva Holding & Investments B.V., A.G. Zondervan Beheer B.V., IPS Groep B.V., Terwisga B.V., IPS Group B.V., Migelinga Onroerende Zaak B.V., Global Participations Rotterdam B.V., IPS-Trade Projects B.V., Maverick Valves B.V. en Krusing Precision Manufacturing B.V. (hierna: Minerva c.s.) dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart is afgewezen, alsmede de daarin genoemde processtukken;
- het vonnis (in de vorm van een brief) van 13 april 2016 waarbij een comparitie is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;
- het proces-verbaal van comparitie van 28 juni 2016;
- de ter comparitie overgelegde aantekeningen van beide partijen.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie
8.000,00