ECLI:NL:RBROT:2016:6115
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding rookverbod in horeca-inrichting bevestigd
Eiseres werd op 26 juni 2015 een bestuurlijke boete van €2.400 opgelegd wegens overtreding van artikel 10, eerste lid, onder e, van de Tabakswet. De overtreding betrof het openstaan van de deur naar een rookruimte in een horeca-inrichting, waar gerookt werd en die tevens als verkeersruimte naar de toiletten diende. Eiseres betwistte onder meer dat de deur openstond en stelde dat de persoon in de rookruimte een klant was, geen medewerker.
De rechtbank oordeelde dat het organoleptisch onderzoek van toezichthouders van de NVWA en het proces-verbaal op ambtsbelofte voldoende bewijs vormden. De getuigenverklaringen van eiseres werden niet zwaarwegend geacht vanwege hun aard en tijdstip. De rechtbank stelde vast dat de overtreding terecht was vastgesteld en dat verweerder bevoegd was de boete op te leggen.
De stelling dat eerst een waarschuwing had moeten worden gegeven, werd verworpen omdat de Tabakswet directe boetes toestaat. Ook de termijn tussen rapportage en boetebesluit was niet onredelijk. De boete werd verhoogd vanwege eerdere soortgelijke overtredingen binnen drie jaar. De rechtbank zag geen aanleiding tot matiging van de boete, ondanks financiële omstandigheden van eiseres.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en houdt de boete van €2.400,- wegens overtreding van het rookverbod in stand.