ECLI:NL:RBROT:2016:6054
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorzieningen tegen besluiten openstelling onderdoorgang A29 en aanleg bushaltes
De rechtbank Rotterdam behandelde zes verzoeken om voorlopige voorziening tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht in het kader van de openstelling van de onderdoorgang van de A29 en de aanleg van bushaltes.
De verzoeken betroffen onder meer het raadsbesluit tot instemming met de openstelling, omgevingsvergunningen voor aanleg van rotonde, kap van bomen en aanleg van bushaltes, en verkeersbesluiten voor bushaltes en voetgangersoversteekplaatsen. De rechtbank oordeelde dat het raadsbesluit geen besluit met extern rechtsgevolg is en daarom niet-ontvankelijk is. Tevens werd vastgesteld dat verzoeker geen belanghebbende is bij sommige besluiten vanwege afstand en gebrek aan persoonlijk belang.
De rechtbank overwoog dat de wijziging van busroutes geen zelfstandig besluit is waartegen bezwaar mogelijk was, maar dat de concrete uitvoeringsbesluiten wel toetsbaar zijn. Voor de besluiten over bushalte I en de voetgangersoversteekplaats werd verzoeker wel als belanghebbende erkend, maar de voorzieningenrechter wees de verzoeken af omdat het bestuursorgaan voldoende motivering gaf en geen sprake was van een onredelijk besluit.
De rechtbank concludeerde dat de besluiten in bezwaar naar verwachting stand zullen houden en dat er geen aanleiding was voor voorlopige voorzieningen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening werden deels niet-ontvankelijk verklaard en deels afgewezen wegens gebrek aan belang en onvoldoende spoedeisend belang.