ECLI:NL:RBROT:2016:5883
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- H.J.M. van der Kaaij
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid in civiele procedure
In deze civiele procedure heeft verzoeker, advocaat en eiser in een geschil tegen twee gedaagden, een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die een getuigenverhoor leidde. Verzoeker wilde zelf vragen stellen aan een getuige, maar de rechter stond dit niet toe en bepaalde dat vragen via de gemachtigde dienden te verlopen. Verzoeker vreesde hierdoor vooringenomenheid van de rechter.
De rechter motiveerde zijn beslissing met het oog op de gespannen familierelaties tussen partijen en de mogelijke invloed van verzoeker op de getuige. De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat er geen objectieve aanwijzingen zijn voor partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter.
Hoewel artikel 179 lid 2 Rv Pro toestaat dat partijen zelf vragen stellen aan getuigen, is de beslissing van de rechter om dit via de gemachtigde te laten verlopen onder de gegeven omstandigheden begrijpelijk. De wraking wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.